| |

Feedback’ door de ogen van een topsporter

Feedback’ door de ogen van een topsporter

Vandaag hadden we op werk een feedbacksessie. Eerlijk gezegd wist ik niet precies waar ik me voor had ingeschreven. In de sportwereld betekende dat feedback krijgen (- als een soort bom die dropt. Niet ontploft, maar dis-armed wordt zeg maar,  elk laagje gaat eraf, draadje bij draadje, laag bij laag – als een ui… en soms ook het effect van een ui). En dan ook echt – op elk detail. Daar ben je al op voorbereid, normaal gesproken wordt de emmer “feedback” (aka;  “kritische notes/tips”) al over je heen gedropt voordat je het weet, dit zijn gewoon de details nog even herhaald anyway…

Nu wist ik het niet.

“Gaan we feedback geven?”
“Krijgen we feedback?”
“Gaan we feedback voorkomen?”
“Gaan we feedback anders noemen?”

Maar het zette me wel aan het denken — over feedback, en vooral over hoe verschillend mensen dat altijd ervaren. En hoe verschillend we ermee omgaan.

Wat me vooral verbaasde tijdens de sessie: hoe vaak feedback wordt gezien als kritiek. Hoe snel er een “ja maar…” volgt. En hoe persoonlijk feedback in ons vakgebied wordt opgevat. Ik wist wel dat dat zo was — maar niet dat het zó sterk leefde. Hoe vaak feedback met heel veel woorden ingepakt wordt, of gewoon helemaal niet gegeven.

Zo zie ik het namelijk helemaal niet.

In mij hoofd, in de topsport ( en topsport liegt niet – deze geeft direct feedback), is het normaal dat alles gelijk gezegd wordt. Gezien wordt. Gewoon doen. Zeg wat je ziet, wat je voelt en kijk wat er gebeurd.  Leer ervan, ontwikkel. Probeer.

Ik kom uit de topsport, op olympisch niveau. Ik heb alleen de wereld over gereisd, wedstrijden gedaan terwijl letterlijk de hele wereld meekeek. Alles ligt onder een vergrootglas. Elke fout, elke start, elke  stap, elke heat, elke race en elke trick (- en elk woord wat je zegt of niet zegt).  Ik heb gevoetbald bij de jongens — sprekend over dat vergrootglas en feedback. (LINK)

Iedereen heeft ineens een mening. Iedereen is ineens je coach die het beste met je voor heeft of niet.

“zou je dat wel doen”,

“je bent niet goed genoeg” ,

“Er staat een klein meisje in het veld”.

Daar had ik moeite mee — ik kwam als kind soms met tranen in mijn ogen thuis, voelde dat ik mezelf moest verdedigen en nam al die “meningen” en “feedback” persoonlijk (Ja…maar). Alsof alles over míj ging, in plaats van over wat ik deed. Opeens was de hele wereld tegen me. (of dacht ik dat alleen maar..?)

Juist daardoor werd het later zo belangrijk om te leren onderscheiden:

Wat helpt me vooruit, en wat mag ik loslaten.

Wie ben ik..? En wat is mijn waarde? Waar wil ik heen? En wat heb ik daarvoor nodig? “

Persoonlijke waarde

En ja — (top)sport en accountancy zijn twee compleet verschillende werelden, maar ook weer niet – in mijn ogen dan (= story for another time).

Een van de stellingen vanmiddag luidde – bij benadering:
Ik kan feedback die ik krijg goed onderscheiden van mijn werk en mijn persoonlijke waarde.

Voor mij voelt dat onderscheid nu vanzelfsprekend. Tot ik werd gevraagd of dat altijd zo geweest was. Het eerlijke antwoord: nee.

Als kind had ik soms tranen in mijn ogen bij feedback of een opmerking. Het voelde persoonlijk. Alsof ik het niet goed genoeg deed — of niet goed genoeg was. Mijn ouders hebben me daar enorm in begeleid. Ze bleven herhalen: dit gaat over de sport. Soms win je soms verlies je. Over je techniek. Over je keuzes. Niet over jouw waarde als mens. Ze leerden me hoe ik kon scheiden wat ik nodig had om beter te worden en wat ik langs me heen mocht laten gaan. Ze lieten me berichten zien van andere ouders die mij als voorbeeld voor hun dochters zagen, een inspiratie noemde. Dochters die net zoals mij wilden zijn. ( en ja in het begin dacht ik ze apen me na en vond ik dat vervelend, again mijn ouders , die vertellen dat het dan juist een goed idee was). Door me op die punten te focussen, veranderde feedback in ontwikkeling. Zelfs als kind zag ik die progressie. Wist ik dat het proces van falen een weg naar verbetering is. En zodra ik dat doorhad… ging ik zoeken naar de “feedback”, naar het maken van “fouten”.

En nu nog steeds. Als iemand me verteld, dat ze geïnspireerd zijn, toch die ene trick hebben geprobeerd, op wereld reis gegaan zijn of gewoon gedaan hebben zonder denken (3-2-1-GO).

Ik ging van een onzeker, verlegen meisje naar een onmisbare verdediger op het voetbalveld (die liever links midden stond en waarover zeker gediscussieerd is), ook bij de jongens. Van een onzekere surfer, die niet durfde, die zich niet welkom voelde op de zee, die elke opmerking over weet je het zeker dat je nu gaat …naar fearless, relentless en vooral naar iemand die haar eigen waarde in ging zien, haar eigen weg en haar eigen succes. Niet meer aan de kant gaat, ruimte opeist en maakt. Dat het soms tot podiumplaatsen leidde was alleen maar mooi meegenomen.

Dat inzicht — en dat mijn ouders me nooit lieten opgeven — heeft me gevormd tot de persoon die ik geworden ben, klaar gemaakt voor de weg die ik heb afgelegd en de wegen die nog komen. Iets wat ik in deze wereld, die nog nieuw is voor mij,  ook wil doen.

Kritiek..? Ja… Maar…

Een andere stelling luidde – bij benadering:


Ik zie feedback niet als kritiek en kan het goed ontvangen, ik word er nieuwsgierig van.

In de topsport is feedback direct. Soms hard. Altijd eerlijk. (het resultaat liegt niet), weinig woorden, niet verpakt.  Niet om je af te breken, maar omdat beter worden de enige optie is. Je verliest een heat door een slechte start. Je verpest een race door één fout moment. Je krijgt er vragen over, je moet het uitleggen.  Dat doet pijn. Maar je wint ook. En belangrijker: je leert. Je ontwikkelt zwakke punten tot sterke punten. Je wordt nieuwsgierig en gaat feedback vragen, de meningen omzetten in leerpunten. En ja (hoe moeilijk te geloven) ook ik moest wel eens iets door de kamer of over het strand gooien voordat ik rustig iedereen te woord kon staan.

Toen ik begon in mijn huidige werk, merkte ik al in de eerste weken: feedback gaat hier anders. Alles wordt meer verpakt. Voorzichtiger gebracht. Terwijl ik juist verwachtte dat iemand meteen zou zeggen: dit moet anders, zo doen we dat hier niet, of: je bent een minuut te laat – wat dacht je..?

Als er dan een aanpassing kwam of een review, voelde ik meteen: dit kan niet — dit had ik al moeten weten, hoe heb ik dit niet kunnen zien. Waarom heeft niemand  me dit ‘ff” verteld, maar ik had zelf moeten nadenken – dat weet ik.  Ik was hard voor mezelf. Dat topsportstemmetje zat er nog steeds: “fouten” zijn niet oké.

Waarom heeft niemand hier iets van gezegd? Al snel wanneer ik de review note ging lezen, of besprak, kwam er bijna een sorry dat ik dit punt heb aan moeten maken. Iets waar mijn topsport hoofd verbaasd naar staarde. Dit is een simpele aanpassing, waarom zoveel woorden? Waarom zo ingepakt. Ik had dit gewoon moeten doen. Deze fout heb ik gemaakt. Ik had nieuwsgieriger kunnen zijn. Voor mijn gevoel is alles wat omslachtiger als in de sport.

Maar ook hier moest ik weer leren wat ik in sport al wist: elke aanpassing is informatie. Geen oordeel. Hier leer ik van. En op dat moment ben ik dankbaar dat het gezegd wordt, terwijl je in je waarde gelaten wordt. En het hoeft ook niet zo direct als in de topsport, de ruimte om te leren is juist fijn.  En ook hier zie ik al deze punten als feedback, om te leren, beter te worden en samen het echte resultaat neer te zetten. De middenweg vinden (die ene weg die ik -nog- niet heb, dat wordt het doel. Iets minder alles of niets), kijken wat werkt en wat jou een beter persoon maakt.

Dit kan ik niet.

En zo vallen we in drie bekende woorden. Drie woorden die je op verschillende manieren kan interpreteren en gebruiken in je ontwikkeling. Ook deze kwamen – niet verbazend – terug in de meeting.

Dit kan ik niet.

Ik heb ook vaak gedacht: dit kan ik niet (- eigenlijk bij alles waar ik mezelf in start). LINK of LINK

Maar in sport leer je heel snel – als je iets wil bereiken, de beste van de wereld wil worden – iets anders zeggen:

dit kan ik nóg niet.

Ook deze vraag kwam terug vanmiddag. Bij tricks doe je vaak het onmogelijke. Je wil iets maar je hebt geen idee wat je gaat doen. Toch start je gewoon zomaar zonder te weten waar eindigt. Je staat bovenaan, kijkt naar beneden en denkt: dit gaat me nooit lukken. En toch probeer je. Nog een keer. En nog een keer. Elke poging word je misschien maar 1% beter — maar die 1% telt. Je blijft nieuwsgierig waar je gaat eindigen als je niet opgeeft, maar elke keer die stappen blijft zetten. 3-2-1- go.

Dat had ik ook toen ik begon met kitefoilen. Ik dacht letterlijk: dit kan ik niet. Ik vond het zelfs een sport voor “oude mannen”. De krant schreef er nog een artikel over. En ondertussen dacht ik: dit gaat me nooit lukken (al die details, dure spullen, skills die ik niet (nog) heb.  Wat ben ik aan het doen? Waar ben ik aan begonnen..? De eerste world cup herinner ik me nog. Alleen; tussen de teams, met dat stemmetje in mn hoofd – ik kan dit niet. Met m’n oude spullen. Maar in topsport  leer je dat stemmetje uit te schakelen, skills nemen het over en je gaat er gewoon voor. En ja de eerste ronde lukte het niet. Maar ik bedacht me, ik ben zo ver gekomen, ik ben hier, heb de basis, ik ga voor die top spots. Wees blij dat je hier überhaupt staat, zo ver gekomen…  Volgens mijn ouders: nooit geschoten is altijd mis….. “take the risk or lose the change” . Feeling out of place…

Tot het wél lukte. Gekwalificeerd voor de pre – olympische spelen, 4de van de wereld en het Nederlands Team. We mochten zomaar naar Qatar voor de World Beach Games, dat had ik gedaan, daar heb ik voor gezorgd, in m’n eentje zonder coach, trainer… terwijl iedereen dacht… dit wordt m niet.

Niet in één keer. Niet spectaculair. Maar door vol te houden. Door te blijven leren. Door steeds die kleine verbeteringen. Alle “kritiek”/”opmerkingen “ / “feedback” die ik kreeg nam ik niet meer persoonlijk. Van trainers – coaches of die 12 jarige die het beter weet. Ik vroeg me bij alles wat er gezegd was af wat m`n ouders hadden gezegd. En deed ik er wat mee of niet. Wetend dat het over mijn prestaties ging, niet over mij; de doorzetter, degene die in het avontuur stapte, onwetend en alleen – haar passie volgt. Die persoon ben ik, die ken ik en daar ben ik trots op.

Ik heb uiteindelijk niet op de Olympische Spelen gestaan. Ik heb wel tot het einde gevochten. Wereldbekers gewonnen. En misschien nog belangrijker: geleerd hoe groei echt werkt, en zoveel meer andere skills.

Feedback..? of..

Voor mij werd feedback steeds meer iets praktisch al vanaf klein meisje. Geen oordeel, maar informatie. Wat kan beter? Wat neem ik mee? Hoe ziet iemand anders dit? Out of the box denken, deuren openen.  Of sluiten.

Daarom zie ik feedback niet als “feedback”.


Ik zie het als tips & tricks – en hoe je het ook wilt noemen.

Als hulpmiddel om ergens beter in te worden. Om samen verder te bouwen aan een goed resultaat.

Ik sta open voor feedback. Sterker nog: ik zoek het op. Omdat ik geloof in ontwikkeling. In blijven leren. In jezelf toestaan om weer beginner te zijn — ook als je al ver bent gekomen. (maar wel mezelf te blijven in het proces!!!)

Ik herinner me nog dat ik op school soms een document terugkreeg met honderden rode strepen. Overal opmerkingen, verbeterpunten. Maar uiteindelijk stond er een 9 onder aan einde van het jaar. Omdat ik die rode strepen niet zag als kritiek, maar als hulpmiddel. Ging er iets mee doen. Ik was niet bang voor die rode strepen — en zo zou het eigenlijk moeten zijn.

Die mindset heb ik meegenomen.

Bij ons thuis bestond “ja maar” niet echt. Feedback was er niet om tegengas te geven. Wel duidelijkheid. Zeg wat je ziet. Zeg wat beter kan. En ga verder. Geen dingen laten sudderen.

Wat ik in sport ook leerde: hoe sneller je feedback geeft, hoe makkelijker het is. Tijdens trainingen meteen. Na een wedstrijd meteen. Wacht je te lang, dan wordt het groter in je hoofd. En ja dat komt soms hard aan, en ja het is soms veel, maar dan is het wel duidelijk.

En ja — social media hoort er ook bij. Als topsporter krijg je daar “feedback” – gevraagd, maar vooral ongevraagd. Vaak zijn dat gewoon meningen van mensen die je niet kennen, niet weten waar je mee bezig bent. Daar heb ik geleerd me niets van aan te trekken. Echte feedback komt van mensen die met je meelopen, onthoudt dat.

En nog steeds leer ik. Nieuwe sporten. Nieuwe technieken. Nieuwe manieren van denken. Nieuwe manieren van werken. Nieuwe manieren van communiceren.  Net als nu nieuwe manieren van feedback geven. Wij eindigden met een model om feedback te geven een van de vele vormen die je kan gebruiken (voor als je feedback geven eng vindt), maar ook om feedback op een systematische manier te brengen. Iets minder direct, waar de topsport of  de ‘anderen” misschien iets van kunnen leren.

End note  

Voor mij draait feedback niet om gelijk hebben of krijgen.


Het draait om vooruitgang.
Om samen beter worden.

Ervoor open staan om te leren, ook al is het niet jou eerste versie. De dingen op een andere kunnen manier zien ook al is het maar voor heel even. Proberen wat de ander bedoeld en misschien, heel misschien bevalt het je wel en wordt je er in inderdaad de betere versie van jezelf van.

Misschien kunnen we daar iets van meenemen uit de sportwereld.

Feedback is geen kritiek – het is je trainingsschema.

Niet alles hoeft perfect.
Niet elk gesprek hoeft zwaar. Niet persoonlijk.

Zeg wat je ziet.

Zeg wat je denkt.

Zonder omwegen.

Zonder teveel woorden.


Luister echt.

Sta open.

Durf te leren.

Wees nieuwsgierig .
En ga samen verder.

Dat is feedback.

Je wordt geen kampioen door perfecte dagen, maar door wat je doet op moeilijke momenten. Hoe je met de feedback gegeven omgaat. Wat je er ook mee doet.

Welke kleine 1% neem jij morgen mee?

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *